Taxonomie

Taxonomie

Alle bekende organismen in de wereld zijn opgenomen in een naamgevingsconventie om ervoor te zorgen dat elk individu zijn eigen naam heeft. Deze naamgeving is in het Latijns. Dit helpt wetenschappers over de hele wereld samen te werken. Een Russische onderzoeker die met een Amerikaanse onderzoeker spreekt over een Sciurinae callosciurus albescens weet zeker dat de Amerikaan over hetzelfde beestje spreekt. Een Engelse naam zoals de "Kloss Squirrel" geeft die garantie niet. De Latijnse naamgeving wordt ook wel taxonomie genoemd. Hoe zit die taxonomie nu in elkaar? In grote lijnen is de hiërarchie als volgt:

 

Domain >> Kingdom >> Phylum >> Class >> Order >> Family >> Genus >> Species
Domein >> Koningkrijk  >> Stam >> Klassen  >>  Ordes >> Families >> Geslacht >> Soorten

 

De meeste takken in de taxonomie hebben weer subgroepen. Zo heeft eek stam meestal substammen. In de volgende pagina's vindt u een beschrijving van deze indeling voor zover de vertakking leidt tot de families van de eekhoorns. Van het Domein dat de eekhoorn families bevat worden alle koninkrijken beschreven, van het koninkrijk dat de families van de eekhoorns bevat worden alle stammen besproken en zo verder.

the varied environments of archaea; De gevariëerde leefomgevingen van Archea
the varied environments of archaea; De gevariëerde leefomgevingen van Archea

Domain (Domein)

Alle levende wezens zijn onderverdeeld in 3 domeinen. Twee domeinen bevatten organismen die voor het blote oog niet zichtbaar zijn. Ze bestaan voornamelijk uit zeer primitieve levensvormen. De derde, de Eukaria bevat meer bekendere, maar vooral zichtbare, planten en dieren. De 3 domeinen zijn:

1. Domein Archaea; Oerorganismen

Domain Archaea: Zeer kleine organismen (micro-organismen) die onder extreme situaties voorkomen. Daarbuiten kunnen ze ook leven maar maken ze minder kans omdat andere organismen het hier beter doen. Een bijzondere eigenschap is dat de Archaea niet gehinderd worden door antibiotica. De naam Archaea komt uit het grieks en (Arcaios) betekent uit de oudheid. Algemeen wordt aangenomen dat dit de eerste vormen van leven zijn.

 

2. Domein Bacteria; Bacteriën

Domain Bacteria: De organismen in deze groep zijn eigenlijk overal aanwezig. Er zijn meer bacterin in iemands mond dan mensen op de aarde. De meeste bacterin zijn schadelijk omdat ze exotoxine afscheiden dat een gif is voor menselijke cellen. Bacterin komen voornamelijk in 3 vormen voor: Cocci, bacilli en spirochete.

 

3. Domein Eukarya; Dieren en plantenrijk

Domain Eukarya: Dit is het domein met de dieren die we kunnen zien. Van de allerkleinste tot de olifanten horen thuis in dit domein. De eekhoorns dus ook.

spirochetes; Spirochtes; Coli-bacterie
spirochetes; Spirochtes; Coli-bacterie

Eukarya hebben de volgende eigenschappen:

Celdeling door mitoses, levert 2 gelijke cellen op door celsplitsing van 1 cel
Eukaryotic cellen, dit zijn cellen met een kern en een membraan
Een veelheid van manieren om energie te verkrijgen

Omdat de groep van de Eukarya de eekhoorns bevat zullen we van dit domein de verdere taxonomie uitwerken voor zover het de tak van de eekhoorns betreft.

 

Koninkrijk (Kingdom)

Elk domein is weer opgedeeld in koninkrijken. Zoals gezegd bevat het domein Eukarya de normale zichtbare dierenwereld en daarmee ook de eekhoorns. Van dit domein zullen we dan ook de koninkrijken bespreken.

Het domein Eukarya bevat de volgende 4 koninkrijken:

 

1. Koninkrijk Protista; Ééncelligen

Protisten die thuishoren in het koninkrijk van de protista zijn voornamelijk 1 celligen. Enkele collonin en eenvoudige meercelligen organismen komen voor. Een bijzondere groep zijn de algen die voor hun voedsel voorziening gebruik maken van fotosynthes. De overige protisten leven vooral van andere protisten, bacteriën of organisch materiaal in het water. Door deze voedingspatronen en het gebrek zich voor te kunnen bewegen buiten het water, vindt je protisten alleen in natte omgevingen.

 

2. Koninkrijk Fungi; Schimmels

Het koninkrijk van de fungus bevat alle schimmels, paddenstoelen en gist. Fungus zijn overal aanwezig. Zowel in de zeen als op het vast land. De meeste zijn meercellig met als uitzondering de gisten, deze zijn eencellig. De meeste fungus leven in een symbiose met planten. Fungus zijn afbrekers, ze spelen een rol in het verteringsproces van dood materiaal. Als zodanig kunnen de fungus zich zeer goed aanpassen aan hun omgeving. Diverse fungus kunnen zelfs gif afbreken.

 

koninkrijken
Fungi reproductive cycle; Voortplantingscyclus van Fungi

3. Koninkrijk Plantae; Plantenrijk

4. Koninkrijk Animalia; Dierenrijk

Het koninkrijk Animalia, oftewel het dierenrijk, bevat alle dieren. Deze tak herbergt uiteindelijk de families van de eekhoorns.

 

Stam (Phylum)

De hoofdverdeling van een koninkrijk is een phylum (stam). Het koninkrijk Animalia, ook wel dierenrijk genoemd, bestaat uit 9 stammen:

Stammen van het dierenrijk:

 

1. Stam Poliferia, sponzen

Bevat alle soorten sponzen, zo'n 5000 in totaal. Het zijn een van de eenvoudigste dieren ter wereld. Sponzen bestaan uit 3 lagen cellen. De bovenste laag bestaat uit platte cellen met porin. De middelste laag bestaat uit skelet cellen en bewegelijke cellen. Deze laag geeft de spons zijn vorm. De derde laag cellen zorgt voor het bewegen van het water richting de porin en het vangen van bacterin als voedsel.

 

2. Stam Cnidaria, poliepen en koralen

Bevat de poliepen, jellyfish, zee anemonen, en koralen. Ze zijn alle radiaal semetrisch. Er bestaan 2 vormen, de poliep en de medusa. De poliep heeft een cylindrische vorm met aan de ene kant tentakels en de andere kant zit ergens aan vast. De Meduasa heeft een paraplu vorm met aan de randen tentakels. De medusa drijft vrijelijk in het water.

 

Cnidaria/koralen: Gorgonacea; gorgonians, sea fans, and sea feathers; Hoornkoralen
Cnidaria/koralen: Gorgonacea; gorgonians, sea fans, and sea feathers; Hoornkoralen

 

3. Stam Platyhelminthes, platwormen

Bevat alle platwormen. Deze relatief primitieve levensvormen zijn volledig symmetrisch. Zowel horizontaal als verticaal als boven en onder zijn ze gelijk. Platwormen hebben geen lichaamsvocht en een primitieve vorm van hersenen. Zenuwbanen lopen langs het hele lichaam en vertakken zich vandaar. Voedsel opnemen en uitscheiden van afvalstoffen gebeuren door dezelfde holte.

 

4. Stam Nematoda, rondwormen

Bevat de rondwormen, cylindrische wormen waarvan het lijkt dat ze geen hoofd hebben. Bij een betere blik zie je dat het hoofd iets platter is dan de staart. Ze hebben een soort huid van dode cellen. Deze voorkomt dat ze uitdrogen en geeft ze stevigheid. De organismen van de stam Nematoda hebben een volledig spijsverteringskanaal, met een gescheiden mond en anus.

 

5. Stam Mollusca, weekdieren

Bevat alle weekdieren. Ruim 150 duizend soorten zijn in deze stam ondergebracht. Ze hebben een gespierde "voet" dat ze helpt om zich voort te bewegen. Een buitenkant beschermt ze als een soort mantel. Bij sommige is heeft de mantel een harde buitenkant die door de mantel gevormd wordt. De mantel wordt ook wel gebruikt voor ademhaling en als gevoelsorgaan. Een volledig spijsverteringskanaal is aanwezig.

 

Mollusca/weekdieren: Arion subfuscus; Dusky arion; Bruine wegslak
Mollusca/weekdieren: Arion subfuscus; Dusky arion; Bruine wegslak

 

6. Stam Annelida, gesegmenteerde wormen

Deze stam bevat de gesegmenteerde wormen en telt ongeveer 15 duizend soorten. Het lichaam is opgebouwd uit segmenten. Elke segment bevat celmassa. Ze hebben primitieve hersenen bestaande uit een cluster van zenuwcellen en een uitscheidingsorgaan in elk van de segmenten. Een centrale zenuw, een bloedvat en het spijsverteringskanaal loopt door alle segmenten heen. Deze zijn dus niet gesegmenteerd. Door de segmentatie is beweging en flexibiliteit mogelijk.

 

7. Stam Arthropoda, geleedpotigen
Geleedpotigen is een stam dat de meest uiteenlopende is van alle stammen. Ze zijn allemaal symmetrisch en hun lichaam is bedekt met een sterk uitwendig skelet. In deze groep horen de krabben, duizendpoten, spinachtige, schaaldieren en insecten. Dit skelet groeit niet mee. Zodra een uitwendig skelet te klein is geworden ontstaat een nieuw skelet en kruipt het dier uit het oude skelet. Deze stam is zeer succesvol en soorten komen in alle delen en soorten en maten voor. Hun aantal wordt geschat op een miljard x miljard.

 

Arthropoda/Geleedpotigen: Apis mellifera; Honey bee; Honingbij
Arthropoda/Geleedpotigen: Apis mellifera; Honey bee; Honingbij

 

8. Stam Echinodermata, zeedieren
Deze stam bevat de zeedieren. Onderhuids kalkskelet dat bestaat uit platen. Soms hebben ze lange uitsteeksels. Ze bezitten primitieve oogvlekken. Ze leven voornamelijk in zee. Een enkel soort leeft in brak water.
9. Stam Chordata, gewervelde dieren

De stam van de gewervelden, onze stam, bestaat uit dieren die 5 bijzonderheden vertonen in volwassen of onvolwassen stadium. Ze hebben een holle zenuwbaan in de rug, een ruggengraat, kieuwen, verteringsbuis direct achter de mond en een staart achter de anus. Deze stam is n van de meest diverse stammen. De dieren vertonen segmentatie in het lichaam. Er zijn 3 Substammen, Vertebrata, Cephalachordata en Urochordata. Bijna de gehele stam is samengesteld uit dieren die in de substam Vertebrata thuishoren. De dieren in de Vertebrata substam hebben een schedel en een geraamte met een ruggenwervel. In de ruggenwervel loopt de zenuwbaan. De schedel beschermt de hersenen. Het centrale zenuwstelsel wordt dus goed beschermt.

 

Chordata/Gewervelden: Zalophus californianus; California sea lion; Californische zeeleeuw
Chordata/Gewervelden: Zalophus californianus; California sea lion; Californische zeeleeuw

 

Dit geraamte is overigens een kenmerkend onderdeel van soorten in de Vertebrata (werveldieren). Er zijn 7 klassen in deze substam.

De substam Vertebrata bevat de eekhoorns. Deze klassen zullen we dan ook verder uitwerken.

De stam Chordata bevat alle gewervelde dieren. Deze tak herbergt uiteindelijk de families van de eekhoorns.

 

Klasse (class)

De hoofdverdeling van een stam is een klasse. De stam Chordata, de gewervelde dieren, bestaat uit 3 substammen . De substam Vertebrata bestaat uit dieren met een schedel, een ruggenwerf en een centraal zenuwstelsel dat meestal dit ruggenwerf gebruikt als bescherming. De subklasse Vertebrata is verreweg de grootste subklasse van de Chordata. De Vertebrata bestaat uit 7 klassen:

Klassen van de gewervelde dieren

1. Klasse Agnatha: Mondloze vissen
Bestaat uit zeedieren die lijken op vissen. Zij hebben echter een belangrijk verschil: Agnatha hebben geen mond en zijvinnen. In plaats hiervan hebben ze rondom hun kop tanden die naar buiten groeien. Hiermee boren ze zich in hun prooi en zuigen hen leeg.

Chondrichthyes/kraakbeenvissen: Ginglymostoma cirratum; Nurse shark; Verpleegsterhaai
Chondrichthyes/kraakbeenvissen: Ginglymostoma cirratum; Nurse shark; Verpleegsterhaai

 

2. Klasse Chondrichthyes: kraakbeen vissen
Bevat de kraakbeenvissen. Deze hebben een flexibel skelet gemaakt van kraakbeen in plaats van bot. Alleen hun tanden en in sommige gevallen hun ruggewervels bevatten kalk. De vissen zijn goede jagers, hoewel ze zich voeden met weekdieren tot en met grote vissen. Haaien hebben een goede reuk en zien slecht. Om het zicht te compenseren hebben ze een netwerk van gevoelige sensoren op hun kop en langs de zijkanten van hun lichaam. Deze sensoren registreren beweging in het water. Platvissen en roggen horen ook in deze klasse.

 

3. Klasse Osteichthyes: Beenvissen
Dit is de grootste klasse in de stam vertebrate meer dan 29.000 soorten, bevat alle beenvissen. In de volksmond de vissen genoemd. Deze vissen hebben een skelet dat veel stijver is door de calcium zouten die dit skelet bevat. Ze hebben een uitstekend geur vermogen, zoals de andere klassen vissen ook hebben. De vissen in de klasse Osteichthyes hebben echter ook een zeer scherp zicht. Verder hebben zij een speciale aanpassing om goed te kunnen drijven. Ze hebben een zwemblaas onder hun skelet dat met gas (meestal zuurstof) gevuld is. Ook hebben ze een lid dat hun kieuwen beschermt. Dit lid kan bewegen waardoor de vis kan ademen zonder te zwemmen. Verdere kenmerken zijn dubbele vinnen, veel tanden, schubben en een uitgebreid ruggenwervel.

 

4. Klasse Amphibia: Amfibieën
De klasse van de amfibieën bevat alle tetrapods (viervoetige dieren) die geen amniotische (beschermt met een membraan tegen uitdroging) eieren hebben. Doordat de eieren snel uitdrogen leggen ze deze in het water. De larve van deze dieren lijken vaak op een vis. Een voorbeeld hiervan is de kikker dat als kikkervisje het ei verlaat. De larven ondergaan een metamorfose en er ontstaan 4 benen als ze volwassen worden.

 

Amphibia/amfibien: Eurycea longicauda; long-tailed salamander; Langstaart salamander
Amphibia/amfibien: Eurycea longicauda; long-tailed salamander; Langstaart salamander

 

De volwassen dieren hebben longen en geen kieuwen, geen bewegingsgevoelige sensoren zoals vissen en een extern trommelvlies. Verder kenmerken ze zich door een zachte huid dat soms ook functioneert als adem orgaan. Onder andere kikkers, padden en salamanders horen tot deze groep.

 

5. Klasse Reptilia: Reptielen

De reptielen produceren amniotische (beschermt met een membraan dat wel lucht maar geen water door laat) eieren. Dit voorkomt dat de eieren uitdrogen en niet in het water hoeven te liggen. Reptielen hebben een sterke, stugge huid dat een hoornstof (keratine) bevat. De huid werkt niet als ademhaling orgaan, en kan daarom veel dikker zijn dan dat van amfibieën. Reptielen vervellen regelmatig om te groeien. Reptielen hebben een goed ademhalingssysteem met vertakte luchtpijpen in hun longen. Hun tanden zijn aangepast aan het vasthouden van een prooi in plaats van kauwen. De meeste soorten werken hun prooi in zijn geheel naar binnen. Reptielen hebben een goed gehoor en gezicht en hun tong gebruiken ze om geur en smaak te onderscheiden. Reptielen zijn koudbloedig en zijn afhankelijk van een warmte bron.

 

6. Klasse Aves: Vogels

De klasse van de vogels bevat alle verschillende soorten vogels. Deze kenmerken zich door het hebben van veren, voorpoten zonder klauwen die zich hebben ontwikkeld tot vleugels en het ontbreken van tanden. Alles aan de vogel heeft zich aangepast tot het vermogen om te vliegen.

 

Avis/vogels: Acanthorhynchus superciliosus; western spinebill; Westerse stekelsnavel
Avis/vogels: Acanthorhynchus superciliosus; western spinebill; Westerse stekelsnavel

 

De veren hebben holle pennen en het ruggenwervel loopt niet door in de staart. Sommige vogels vliegen niet zoals de emu en de struisvogel. De vogel heeft geschaalde amniotische eieren en keratine in de nagels en veren. Vogels zijn warmbloedig. Er zijn ongeveer 9.000 soorten in 27 ordes.
7. Klasse Mammalia: Zoogdieren

De klasse van de zoogdieren is bijzonder gevarieerd en ontwikkeld in het koninkrijk der dieren. Het bestaat uit ruim 5.000 soorten en 26 orden Uniek zijn de zoogdieren in het hebben van haar en borstklieren. De borstklieren produceren melk dat de jongen voedt. Het haar helpt het lichaam op de juiste temperatuur te houden. Ook de huid draagt bij aan de bescherming deze bestaat uit een opperhuid over een laag vet. Zoogdieren hebben een geavanceerd bloed circulatie netwerk met een hart dat uit 4 kamers bestaat en dient als pomp. Ze hebben goed ontwikkelde hersenen en 4 poten. Kenmerkend is ook het gebit dat vaak gespecialiseerde tanden heeft. Meestal wisselt het gebit 1 keer van melktanden tot blijvende tanden.

 

Mamalia/zoogdieren: Enhydra lutris; Sea otter; Zee otter
Mamalia/zoogdieren: Enhydra lutris; Sea otter; Zee otter

 

Onderscheiding tussen mannen en vrouwen is terug te vinden door het aanwezig zijn van een betrekkelijk klein chromosoom, het Y-chromosoom. Aanwezigheid van dit chromosoom betekent dat het individu een man is. De meeste zijn landdieren. Er zijn een 1.000 tal gevleugelde soorten, waaronder vleermuizen en een 80 tal waterdieren waaronder walvissen en dolfijnen. Er zijn 3 hoofdgroepen zoogdieren. De groepen worden bepaald door hun embryonale ontwikkeling.

De klasse Mammalia bevat alle zoogdieren dieren. Deze tak herbergt uiteindelijk de families van de eekhoorns.

 

Ordes (Order)

De hoofdverdeling van een klasse is een orde. De stam Mammalia, de zoogdieren, bestaat uit 3 substammen . De substam Eutheria bestaat uit zoogdieren met een placenta. Uit deze tak ontstaan uiteindelijk de families van de eekhoorns. De Substam Eutheria bestaat uit 18 ordes:

Ordes van de zoogdieren met placenta:

1. Orde Insectivora; Insectivoren
Insectivoren, ook wel insecteneters genoemd, zijn de grootste groep organismen, zowel in nummer als in soorten en in biomassa. Ze zijn bijzonder gevarieerd zowel in leefomgeving als in morfologie. Ze vormen een rijke voedselbron voor duizenden dieren. Veel zoogdieren eten van insecten. De orde Insectivora leeft bijna geheel van insecten.

Echinops telfairi; lesser hedgehog tenrec; lesser egel tenrec of kleine egel tenrec of boomegel (insectovora)
Echinops telfairi; lesser hedgehog tenrec; lesser egel tenrec of kleine egel tenrec of boomegel (insectovora)

Hieronder zitten de spitsmuizen, mollen en egels. Kenmerkend voor de insecteneters is dat ze klein zijn. De meeste insecten eters gaan meer af op hun gehoor, reuk en tast dan op hun gezicht. Vooral het gebied in de hersenen dat de geur huisvest is goed ontwikkeld.

 

2. Orde Macroscelidea; Olifantsspitsmuizen

Olifantsspitsmuizen zijn een kleine groep organismen in 1 familie. In totaal zijn er 19 soorten. Ze zijn aangepast om te kunnen springen en hun achterpoten zijn dan ook veel groter dan hun voorpoten. Olifantspitsmuizen hebben een lange snuit en grote ogen en oren. Ze zijn er van de grote van een muis tot de grote van een eekhoorn. Sommige hebben fraaie kleuren terwijl andere grijs of bruin zijn. Het zijn insecteneters en de meeste foerageren s nachts.

 

Elephantulus rufescens; East African long-eared elephant shrew; Oost Afrikaanse langoor olifantspitsmuis
Elephantulus rufescens; East African long-eared elephant shrew; Oost Afrikaanse langoor olifantspitsmuis

 

De meeste soorten eten ook wel fruit, zaden en andere plantaardige stoffen. De meeste leven monogaam als paar. Ze kunnen geweldig goed springen en als zodanig ook hoge snelheden bereiken. Dit helpt ze te vluchten voor roofdieren. Het zijn nestvlieders en de meeste jongen gaan al snel naar de geboorte met hun ouders op pad. Ze komen voor in Noord Oost Afrika en in het zuiden van de Sahara.
3. Orde Scandentia; Boomspitsmuizen

Boomspitsmuizen lijken erg veel op eekhoornachtigen. In dierenwinkels worden ze zelfs wel aangeboden als Aziatische eekhoorns. Ook hun staart is eekhoornachtig, lang en goed behaard. Ze hebben echter geen snorharen en 5 volledige functionerende tenen in plaats van 4 zoals bij eekhoorns.

 

Er is 1 familie die 19 soorten telt. Boomspitsmuizen zijn omnivoren (alleseters). Hun ogen zijn groot en hun horen is excellent. Ze zijn dag actief. Ze leven zowel in bomen als op de grond. Sommige soorten zijn solitair terwijl andere in paren of zelfs kleine groepen leven. Ze komen voor in loofbossen in Centraal en Zuid Oost Azië. Ze komen niet voor in New Guinee en Australië.
4. Orde Dermoptera ; vliegende lemurs

De Colugos, vliegende lemurs of ook wel vliegende apen of vliegende katten genaamd, zijn vreemde, middelgrote dieren. Hun naam danken ze aan het feit dat ze een apengezicht hebben. Het zijn echter geen apen en vliegen kunnen ze al net zo min. Ze zijn 1 tot 2 kilo en daarmee net zo groot als een grote eekhoorn.

 

Cynocephalus variegatus; Malayan flying lemur; Malayan vliegende lemur
Cynocephalus variegatus; Malayan flying lemur; Malayan vliegende lemur

 

Door een goedbehaarde membraan die loopt van de zijkanten van hun nek tot aan hun voorpoten en van hun voorpoten tot aan hun achterpoten en het eind van hun staart, kunnen ze zweven over afstanden van tot 100 meter. Daarbij zijn ze ook nog heel wendbaar. Het membraan is bedekt met grijs of bruin haar met witte stippen. De voor en achterpoten hebben grote scherpe klauwen waarmee ze zich goed aan de bast van een boom vast kunnen houden. Ze hebben een kenmerkende schedel dat breed en plat is. Het zijn herbivoren (planteneters). Vooral fruit, jong loof en bloemen staan op het menu. Er is 1 familie met slechts 2 soorten. Ze komen voor in Zuid Oost Azië.
5. Orde Chiroptera; Vleermuizen

Vleermuizen kun je niet missen. Geen enkel ander zoogdier heeft echte vleugels en vliegt. De vleugels zijn speciaal ontwikkelde voorpoten net als bij vogels. Bij vleermuizen is echter de vleugel van huid en heeft de voorpoot nog klauwen. De membraam loopt meestal tot aan de achterpoten en zit aan de gehele zijkant van het lichaam vast. Je zou het misschien niet verwachten dat vleermuizen na de knaagdieren (rodentia) de grootste groep zoogdieren is.

 

Desmodus rotundus; Vampire bat; Vampier vleermuis
Desmodus rotundus; Vampire bat; Vampier vleermuis

 

Er zijn 925 soorten en dat maakt 20% van alle beschreven levende zoogdieren. In sommige tropische gebieden zijn er meer vleermuizen dan alle andere zoogdieren bij elkaar. Vleermuizen zijn overal. Vooral in tropische gebieden maar ook in de gematigde klimaten komen ze voor. Alleen op de poolgebieden en sommige gesoleerde eilanden komen ze niet voor. Er zijn 2 suborders van de vleermuizen. De Megachiroptera en de Microchiroptera. De Megachiroptera bevat 1 familie van 166 soorten. Deze voeden zich met plantaardig materiaal, ofwel fruit ofwel nectar en pollen. De andere 16 families behoren tot de Microchiroptera.
6. Orde Primates; Primaten

Primaten is een gevarieerde groep die zo'n 233 levende soorten in 13 families bevat. Ze komen vooral voor in tropische bossen. De kleinste levende primaat is de dwerg zijdeaapje (pygme marmoset) dat ongeveer 70 gram weegt. De grootste is de gorilla dat zo'n 175 kilogram kan worden.

 

lemur macao; black lemur; Zwarte lemur
lemur macao; black lemur; Zwarte lemur

 

De primaten leven in bossen en dan vooral in de bomen. De apen zijn hierop geheel aangepast. Sommige soorten hebben het leven in de bomen achter zich gelaten maar hebben vaak nog wel de kenmerken van de boomapen. Primaten worden gewoonlijk onderscheiden op basis van eigenschappen van de schedel, tanden en armen en benen. Ook de vijf tenen en vingers zijn karakteristiek. Verder zijn een goed ontwikkeld zicht en ingewikkelde sociale patronen kenmerkend. De primaten worden in 2 grote groepen verdeeld.
7. Orde Xenarthra; tandloze dieren

De tandloze dieren bevat op dit moment de armadillo's (zoogdieren met rugschild), 2- en 3-tandige luiaards en de miereneters. In totaal 4 families met 29 soorten. De meeste zijn insectivoren of herbivoren en zijn klein tot middelgroot tot zo'n 60 kilogram. De dieren missen snij- of hoektanden. Als er al maaltanden aanwezig zijn dat zijn dit eenvoudige cilinders zonder glazuur en met een eenvoudige wortel.

 

Dasypus novemcinctus; nine-banded armadillo; Negen band gordeldier
Dasypus novemcinctus; nine-banded armadillo; Negen band gordeldier

 

Ze hebben kleine hersenen die bij sommige soorten in een opvallend lange cilindrische hersenruimte zitten. De voorpoten hebben 5 tenen waarvan 2 of 3 goed ontwikkeld zijn. Ze hebben goed ontwikkelde, lange, scherpe en gekromde klauwen. Ze komen voor in Centraal en Zuid Amerika tot aan het midden van de USA.
8. Orde Pholidota; schubbendieren

De schubbendieren is een kleine groep zoogdieren, met 7 levende soorten in 1 familie, die zich voornamelijk voeden met mieren. Ze komen voor in de tropische gebieden van Africa en Azië. De schubbendieren zijn bijzonder omdat hun ruggen zijn bedekt met grote overlappende schalen. Die schalen bestaan uit samengepakte haren. Ook om andere redenen zijn ze bijzonder te noemen. Hun tong is bijzonder lang en gespierd en komt voor uit de bekken en de laatste ribben. De totale lengte van de tong is langer dan het lichaam en hoofd van het dier.

 

Manis tetradactyla; Long-tailed pangolin; Langstaart schubbendier
Manis tetradactyla; Long-tailed pangolin; Langstaart schubbendier

 

Hierdoor kan het dier zijn tong bijzonder nee zelfs verbazingwekkende ver uitrekken. De schubbendieren hebben geen tanden. In plaats hiervan hebben ze een sterke maag met uitstekels van keratine. Meestal wordt dit gecombineerd met kiezelstenen in de maag die lijken te dienen voor het malen van het voer. Het lijkt een beetje op de spiermaag van een vogel. Een andere bijzonderheid is dat ze hun oren, ogen en neusgaten kunnen afsluiten om te voorkomen dat er mieren inkruipen.
9. Orde Lagomorpha ; Haasachtigen

Op dit moment zijn er 80 levende soorten haasachtigen verdeeld in 2 families. Inheemse populaties komen voor op alle continenten behalve Antarctica en Australië. Ze ontbreken in het zuiden van Zuid Amerika en de meeste eilanden. Door mensen zijn ze geïntroduceerd op vele plaatsen waar ze oorspronkelijk niet voorkwamen. Haasachtigen zijn kleine tot middelgrootte dieren die in veel zaken lijken op knaagdieren. Ze hebben een rudimentaire of korte staart.

 

Manis tetradactyla; Long-tailed pangolin; Langstaart schubbendier
Manis tetradactyla; Long-tailed pangolin; Langstaart schubbendier

 

Plooien huid op de lippen kunnen de mond achter de voortanden afsluiten zodat ze met gesloten mond kunnen knagen. Hun schedel heeft bijzondere open plekken en hun gehemelte is kort. Haasachtigen hebben een paar tanden in elk quadrant van de bovenkaak. De tanden groeien continue door en het glazuur op de tand loopt over het kauwvlak heen. Dit in tegenstelling tot de knaagdieren waarbij het glazuur alleen op n kant van de tand aanwezig is. Net als bij de knaagdieren zijn de hoektanden afwezig en is er een flinke ruimte tussen de voortanden en de kiezen. Een andere bijzonderheid van de haasachtigen is de positie van de teelballen bij de mannen. Deze liggen voor de penis, net als bij de buideldieren.
10. Orde Rodentia ; Knaagdieren

Met meer dan 2000 levende soorten in 30 families zijn de knaagdieren verreweg de grootste groep van zoogdieren. In ieder geval in soorten geteld. Bijna 40% van alle soorten zoogdieren zijn knaagdieren. Knaagdieren variëren in grote van een dwergmuis die slechts 5 gram weegt tot de Capybara die meer dan 70 kilogram kan worden. Je vindt ze wereldwijd met uitzondering van Antarctica en Nieuw Zeeland en sommige eilanden. Ecologisch gezien zijn ze ook erg divers. Sommige soorten leven hun gehele leven in de toppen van de bomen van het regenwoud terwijl andere zelden boven de grond komen.

 

Erethizon dorsatum; North American porcupine; Noord Amerikaanse stekelvarken
Erethizon dorsatum; North American porcupine; Noord Amerikaanse stekelvarken

 

Sommige soorten leven voornamelijk in het water terwijl andere liever het klimaat van de woestijn opzoeken. Sommige zijn omnivoren terwijl andere een speciaal diëet verkiezen. Zo zijn er soorten die alleen paddestoelen eten en andere bijvoorbeeld ongewervelde dieren eten. Ondanks de morfologische en ecologische verscheidenheid delen alle knaagdieren één bijzonderheid: hun gebit is speciaal aangepast aan knagen.
11 . Orde Cetacea; Walvissen en dolfijnen

 

12. Orde Carnivora ; Carnivoren

De orde van de vleeseters is een wellicht van vreemde orde. Niet alle soorten in deze orde zijn carnivoor terwijl er ook carnivoren soorten bestaan onder de andere ordes. Zo zijn er carnivoren in de orde van de buideldieren, vleermuizen, primaten, walvissen en dolfijnen, en andere. Soorten in deze orde zoals beren en wasberen zijn omnivoren en zeker één soort, de Panda, is een vegetariër. Aangenomen wordt dat alle dieren in deze orde monofyletisch zijn. Dat wil zeggen dat ze van gezamenlijke voorouders hebben. Deze waren carnivoren.

 

Alopex lagopus; Arctic fox; Poolvos
Alopex lagopus; Arctic fox; Poolvos

 

De meeste leden van deze orde kunnen worden herkend aan hun vergrote voorkiezen en maaltanden. Deze tanden worden ook de carnassale paren genoemd. De combinatie is zeer geschikt voor het het scheuren en kauwen van vlees en pezen. Uitzonderingen hierop vormen de beren, wasberen en zeehonden.
13. Orde Tubulidentata; Aardvarkens

Aardvarkens zijn zoogdieren te grootte van een varken en wegen tot zon 82 kilogram. Het zijn gespecialiseerde insectivoren en zijn daarbij vooral aangepast aan het vangen en eten van termieten. Hun poten zijn bijzonder geschikt voor graafwerk in de zeer harde termietenbulten. Ze komen veel voor in de Afrikaanse savanne. De nagels van een aardvarken zitten ergens tussen een nagel en een hoef in vorm. Ze zijn zwaar gebouwd, hebben de vorm van een schep en zijn duidelijk geschikt voor graafwerk. De huid van een aardvarken is dik en licht behaard.

 

Orycteropus afer; Aardvark; Aardvarken
Orycteropus afer; Aardvark; Aardvarken

 

De dikte van de huid beschermt de aardvarken van bijtende mieren en de aardvarken slaapt zelfs wel in een mierennest als hij moe van het graven en eten is geworden. Net als de schubdieren hebben de aardvarkens een lange uitrekbare tong en een spiermaag. Ze vertrouwen voornamelijk op hun geurvermogen om de termieten te vinden. Hun neusgaten hebben eigenaardige tentakels en dichte begroeide haren die de neusopening beschermen terwijl ze graven. Er is slechts 1 familie met 1 soort. Hiermee is dit de kleinste orde van de zoogdieren.
14. Orde Proboscidea; Olifanten

Olifanten zijn enige overlevenden van een groep zeer grote herbivoren die eens zeer uiteenlopend is geweest. Hierin waren zeven families en 10 tallen soorten. De huidige olifanten hebben een lange, gespierde slurf dat werkt als een soort vijfde poot. Mannen hebben een paar slagtanden die uit de bovenste snijtanden ontstaan. Hun kiezen zijn bijzonder aangepast aan het harde ruwe voedsel dat de olifanten eten. De olifanten hebben zes kiezen. De eerste drie zijn eenvoudig. Vanaf de vierde worden ze meer gespecialiseerd. Deze ontstaan pas na het vierde levensjaar.

 

Elephas maximus; Asiatic elephant; Aziatische olifant
Elephas maximus; Asiatic elephant; Aziatische olifant

 

Pas op zijn vijfentwintigste levensjaar krijgt hij zijn laatste meest ontwikkelde zesde tand. De vierde, vijfde en zesde tand volgen elkaar op en slechts 1 van die tanden is tegelijkertijd functioneel. De Afrikaanse olifant kan zon zes ton worden. Olifanten gebruiken grote hoeveelheden voedsel. Zon 400 kilogram per individu per dag. Ze kunnen grote bomen omver duwen om hun barst, takken en bladeren te kunnen verslinden. Foeragerende kudden kunnen zeer destructief zijn voor een bos of akkerland.
15. Orde Hyracoidea; Klipdassen

Klipdassen zijn middel grote dieren (te grootte van een prairie haas) met een korte staart en een bijzondere achterpoot met drie tenen. Deze tenen hebben hoefachtige nagels aan 2 tenen. De binnenste teen is een klauw. De voorpoot heeft 5 tenen. Ze zolen van de voor en achterpoten zijn bijzonder zacht en elastisch. Dit geeft ze extra grip. De zolen hebben speciale zweetklieren. Ze hebben speciale spieren in de voetzolen die werken als een soort zuignap.

 

Procavia capensis; rock hyrax; klipdas
Procavia capensis; rock hyrax; klipdas

 

De klipdassen leven voornamelijk van bladeren, barst en gras, aangevuld met wat insecten. Sommige leven in bomen terwijl andere rotsgebieden als leefomgeving verkiezen. Snel zijn ze allemaal en behendig in het klimmen. Ze zijn dagactief. De rotsbewoners zijn groepsdieren terwijl de soorten die in bomenleven voornamelijk solitair zijn. Ze bedienen zich allen van fluiten, kwekkeren en andere geluiden om te communiceren. Er is 1 familie van klipdassen waarin zeven levende soorten voorkomen. Je vindt ze vooral in de sub Sahara en het Midden Oosten.
16. Orde Sirenia; Zeekoeien

Zeekoeien (Zeekoeien, Lamatijnen en Doejongs) bestaan uit 4 levende soorten in 2 families. Ze zijn grote zoogdieren die hun hele leven in het water spenderen. Hun voorpoten zijn verworden tot een soort flippers, hun achterpoten zijn rudimentair geworden en hun staart is gevormd tot een soort pedel. De zeekoeien zijn zwaar, soms wel tot 1150 kilogram wegend. Hun lichaam is gestroomlijnd, en voornamelijk zonder haar. Hun oren zijn inwendig zonder oorschelp.

 

Trichechus manatus; West Indian manatee; West Indische zeekoe
Trichechus manatus; West Indian manatee; West Indische zeekoe

 

Hun ogen hebben geen ooglid en worden gesloten door een sluitspierachtige constructie. Hun botten zijn erg compact. Dit wordt ook wel pachyostosis (engelse term) genaamd. Het extra gewicht helpt ze te blijven drijven. Hun neusgaten zitten boven op de snuit en worden gesloten door middel van kleppen. De lippen zijn groot en bewegelijk en zijn bedekt met stoppelharen.
17. Orde Perissodactyla ; Onevenhoevigen

Perissodactyla betekent oneven tenen. Deze orde staat bekend als onevenhoevig. De tenen zijn vaak verworden tot hoeven. De orde omvat paarden, tapirs, en neushoorns. De naam van hun orde komt voort uit het feit dat hun middelste teen groter is dan de andere en het scheidvlak van de voetsymetrie hier doorheen loopt. Deze conditie wordt ook wel mesaxonic genoemd.

 

Equus grevyi; Grevy's zebra; Grevy's zebra
Equus grevyi; Grevy's zebra; Grevy's zebra

 

De meeste soorten hebben 3 tenen op hun achterpoot en drie of vier aan de voorpoot. Sommige slechts n. Sommige soorten hebben hoorns maar deze hoorns hebben geen bot en begeven zich op de neus of op het midden van de schedel. De meeste hebben 44 tanden.
18. Orde Artiodactyla ; Evenhoevigen

Artiodactyla betekent "even tenen". Het is een grote orde met een bijzonder gevariëerd gezelschap. Er zijn zo'n 220 soorten verdeeld in 10 families. De meerderheid leeft in een relatief open habitat, zoals de savanne en andere vlaktes met grassen. Andere soorten leven in het bos en 1 groep leeft gedeeltelijk in het water. In de orde zitten de snelste renners onder de zoogdieren maar ook slome donders en logge bakken als zwijnen en nijlpaarden.

 

Ammotragus lervia; Aoudad; Manenschaap
Ammotragus lervia; Aoudad; Manenschaap

 

De evenhoevige zijn paraxonic, dat betekent dat de scheidslaan van symetry in elke voet ligt tussen de derde en de vierde teen. Alle soorten missen de eerste teen en de tweede en de vijfde teen zijn meestal klein. De derde en de vierde zijn echter groot en van belang voor alle evenhoevige Deze zijn tot een soort hoeven verworden. Hieraan hebben ze ook hun naam te danken: Evenhoevige. Bij antilopen en herten is dit duidelijk te zien. Hier zijn eigenlijk nog maar 2 hoeven zichtbaar.

De orde Rodentia bevat alle knaagdieren. Deze tak herbergt uiteindelijk de families van de eekhoorns.

 

Familie (Family)

De hoofdverdeling van een orde is een familie. De orde Rodentia , ook wel knaagdieren genoemd, bevat de suborde Sciurognathi en de suborde Hystricognathi. De suborde Sciurognathi bevat de eekhoorn families.

De 11 families van de Suborder Sciurognathi zijn:

Families van de suborde Sciurognathi

1. Familie Aplodontidae; Bergbevers

De kleine familie van de bergbevers bestaat uit 1 soort en komt alleen voor in het noord westen van Noord Amerika. Van midden Californi tot aan het zuiden van Brits Colombi. Bergbevers zijn grote knaagdieren die tot zon 1,5 kilo kunnen wegen. Hun lichamen zijn gezet en bedekt met een roodachtig of grijsachtig bruine kleur haar. De tenen van de voorpoot zijn relatief lang en kunnen iets vastpakken. Ogen en oren zijn klein.

 

Aplodontia rufa; Mountain beaver; Berg bever
Aplodontia rufa; Mountain beaver; Berg bever

 

Bergbevers leven in kleine kolonies. Hierbij bezetten ze gebieden met veel groen aanwas en begroeiing van het land. Deze kolonies kunnen in feite ook groepen zijn bij gebrek aan geschikt habitat. Bergbevers voeden zich met een aantal bloemen en de barst van diverse bomen. Ze graven complexe gangenstelsels met veel openingen.

 

2. Familie Sciuridae; Eekhoorns

Gezien de aard van deze site zullen we deze familie uitgebreid bespreken. Eekhoorns kenmerken zich door hun relatief primitieve kaakstructuur. Het jukbeen ligt verhoogt en dient als de aanhechting voor de laterale tak van de kauwspier . De aan de buitenkant liggende (superficial) kauwspier zit vast aan een knobbel aan de zijkant van de snuit . De opening van de snuit naar de oogkast is niet vergroot om spieren door te laten zoasl bij muizen, ratten en cavias wel het geval is.

 

Callosciurus notatus, plantain squirrel; Rode java eekhoorn
Callosciurus notatus, plantain squirrel; Rode java eekhoorn

 

Er zijn 3 basis lichaamsvormen bij eekhoorns: boomeekhoorns, grondeekhoorns en vliegende eekhoorns. Boomeekhoorns hebben lange, volle staarten, scherpe klauwen en grote oren. Sommige hebben goed ontwikkelde oorpluimen. Vliegende eekhoorns hebben een behaard membraam (patagiuim) dat loopt van de pols tot aan de enkel en geeft hen de mogelijkheid te zweven tussen bomen.

 

3. Familie Castoridae; Bevers
4. Familie Geomyidae ; Goffers
5. Familie Heteromyidae ; Woestijngoffers
6. Familie Dipodidae ; Springmuizen
7. Familie Muridae ; Muizen
8 . Familie Anomaluridae; Schubbenstaart eekhoorns
9. Familie Pedetidae: springhaas
10. Familie Ctenodactylidae ; Gundis
11. Familie Myoxidae: Slaapmuizen