Soorten eekhoorns

Diverse eekhoornsoorten

Albert's boom eekhoorn

Latijnse naam: Sciurus aberti

Engelse naam: Abert's squirrel

Uiterlijke kenmerken

Een grote boomeekhoorn. Donker, grauw vergrijsd boven op de rug met donkere stukken en hier en daar roodzwart. Buik is wit. Staart lijkt aan bovenzijde op zwart, maar begrenst met wit. Onderkant van de staart is wit. Heeft kwastjes op de oren roodachtig aan de achterzijde. De kwasten steken tot wel 2 cm boven de oortopjes uit. De kwasten worden sterk verdund in de zomer of zijn zelfs helemaal weg. In delen van Colorado , zijn deze eekhoorns helemaal zwart. (mutatie). Lengte: 46,3 - 58,4 cm; staart 18,5 - 25,5 cm; gewicht: 680 - 908 gram.

Voortplanting

Deze soort begint het dek-ritueel zoals bij vele soorten eekhoorns, door het jagen met meerdere mannen op één enkel vrouwelijk dier. Deze aktiviteit vindt plaats in februari of maart, beginnend 's morgens vroeg tot 's avonds laat. Jagen is eigenlijk niet het goede woord, want het is niet echt een jacht, maar meer een volgen van het vrouwtje als ze door de bomen beweegt.

Beschrijving

Actief gedurende de hele winter, Aberts's eekhoorn zal in zijn nest blijven bij erg koud weer, waagt zich alleen uit zijn nest om begraven/verstopte zaden terug te vinden, speciaal aan de basis van bomen waar geen sneeuw ligt. Zijn hoofdvoedsel bestaat uit de binnenkant van boombast van de "Ponderosa" pijnboom, alsook uit op opengaande bloem-knoppen en pijnboomzaden. Abert's eekhoorn eet echter ook maretak (vogellijm) en andere groente-achtigen. Noten worden begraven in de grond, maar er wordt geen voedsel bewaard in het nest, welk gebouwd is op basis van twijgen geplaatst in een vork van een tak, meestal zo'n 6 - 13 meter hoog en dan bij voorkeur in een "ponderosa" pijnboom. Deze eekhoorn gebruikt zijn nest het gehele jaar door, overdag als rustoord en als vluchtplaats, 's nachts om in te slapen. Of hij bouwt een nest in balvorm van pijnboom-twijgen of hij bouwt een nest in zogenaamde heksen-bezems, vergroeiingen van kleine pijnboom-twijgen geïnfecteerd door de dwerg-maretak. De buitenste diameter varieert van 30 cm tot wel een meter. Het dier bekleedt de binnenkant van de nest-kamer met droog gras, bladeren, gesnipperde schors of andere zachte droge materialen. Indien nodig repareert hij zijn nest bij beschadiging.

Bijzonderheden (in gevangenschap)

Er bestaat ook nog de "Kaibab Squirrel", welke vroeger beschouwd werd als een aparte soort. Tegenwoordig wordt deze geclassificeerd als een ondersoort van de Aberti's eekhoorn. Hij heeft donkere onderbeharing, een geheel witte staart en wordt alleen gevonden op de "Nord Rim" van de Grand Canion. Aberts'eekhoorns worden voornamelijk gedood door havikken, jagers en auto's.

Atrirufus, Bonte boom eekhoorn

atrirufus

Latijnse naam: Sciurus variegatoides Artirufus

Engelse naam: variegated artirufus squirrel

Kleur

Bijna zijn gehele lichaam is roodbruin van kleur. Van de ogen tot aan de staart loopt een smalle zwarte band. De staart is lichtgrijs van kleur.

Vergelijkbare soorten

Sciurus variegatoides thomasi - Sciurus variegatoides rigidus - Sciurus variegatoides dorsalis - zijn enkele van de meest bekende sciurus variegatoides soorten.

Voortplanting

Het vrouwtje werpt meestal 1 keer en zelden 2 keer per jaar een nest met vier tot zes jongen. Het vrouwtje paart in dezelfde periode met meerdere mannetjes. Dit gebeurt van februari tot en met april. Zodra het vrouwtje zwanger is begint ze met de bouw van haar nest. Ze verzameld bladeren en takken waarvan ze een stevige bal maakt tussen de aftakkingen in een boomtop. Na een draagtijd van 10 weken worden de jongen in het nest geboren.

Habitat

De S. variegatoides heeft een groot verspreidingsgebied en komt voor van Chiapas in Mexico tot aan het Panamakanaal in Panama. Ze komen voor van laag gelegen gebieden tot op hoogtes van maximaal 3000 meter. De soort past zich makkelijk aan diverse leefgebieden aan. Men komt ze tegen in diverse soorten bosrijke gebieden.

Verspreiding

Het beestje is overdag actief en leeft voornamelijk in de bomen. Tijdens zijn zoektochten naar fruit, bloemen, zaden, boomschors, paddenstoelen en soms insecten komt hij nauwelijks uit de bomen. Deze eekhoorn soort wordt dan ook zelden op de grond waargenomen. De populairste vruchten uit het dieet van deze eekhoorn zijn de mango, guave's, vijgen en kokosnoten. In tegenstelling tot de meeste eekhoorns legt deze soort geen voorraad aan maar zoeken het hele jaar door naar vers voedsel.

Engelse Grijze, Oostelijke grijze boom eekhoorn

Engelse grijze eekhoorn

Latijnse naam: Sciurus carolinensis
Engelse naam: eastern gray squirrel

Uiterlijke kenmerken

Grijs van boven, de donsharen zijn bruin-geel van kleur. Maximale levensverwachting is 12,5 jaar. Lengte: 43 tot 50 cm Staart: 21 tot 24 cm Achterpoot: 60 tot 70 mm Gewicht: 400-710 g

Vergelijkbare soorten

Oostelijke Vos boom eekhoorn (Sciurus Niger); Arizona grijze boom eekhoorn (Sciurus arizonensis); Westelijke grijze boom eekhoorn (Sciurus Griseus); Er zijn 5 subsoorten.

Voortplanting

De Oostelijke grijze boom eekhoorn werpt in het voorjaar een nest van 2 tot 3 jongen, een tweede nest wordt geboren in de nazomer, de draagtijd is ongeveer 44 dagen.

Status

Geen bijzonderheden.

Habitat

Loofbossen of gemengde bossen met noten bomen.

Verspreiding

Oost Amerika tot net aan het westen van de Mississippi en noordelijk tot aan Canada. Geïntroduceerd op verschillende plaatsen zoals Engeland en Italië.

Solitair/koppel/groep?

Nee, sommige individuen bezetten gezamenlijk een gebied. Tijdens zoogperiode zijn vrouwen agressiever.

Beschrijving

De Oostelijke grijze eekhoorn is vooral actief in de vroege morgen en avond. De eekhoorn is het gehele jaar actief. Voor de winter legt de eekhoorn geen centrale voorraden aan waar hij de noten vindt. In plaats daarvan begraaft het individuele noten. Naast de noten voedt de eekhoorn zich op een groot aantal andere zaken als die voor handen zijn: knoppen, bast en vrucht van de esdoorn, bloesems van de Magnoliaboom, appels, paddenstoelen en veel zaden alsook wel eens wat insecten. Het leefgebied wordt vaak gedeeld met andere. De eekhoorn nest het gehele jaar in bomen en maakt gebruik van natuurlijke spleten, holen van spechten of nesten van takken en bladeren. De nesten van bladeren worden gemaakt in hoge bomen. De Oostelijke grijze boom eekhoorn paart in de winter. Een parings achtervolging is meestal onderdeel van het paringsritueel. Na 44 dagen worden 2-4 naakte jongen geboren. Het karakteristieke agressieve blaffen van de Oostelijke grijze boom eekhoorn Que Que Que wordt meestal vergezeld van op en neer bewegen van de staart.

Economie

Positief: Werd gegeten door de oorspronkelijke bewoners. Gevangen en gekweekt voor de pels. Negatief: In gebieden waar ze geïntroduceerd zijn verjagen ze andere dieren.

Voer (in gevangenschap)

Eenvoudige eekhoorn om te voeren. Zolang het voer voor een groot gedeelte uit noten en zaden bestaat en verder afwisselend is met wat eiwitten en fruit, doet de eekhoorn het er goed op.

Bijzonderheden (in gevangenschap)

Er is een interessante differentiatie in schedel grootte en pelskleur. Hoe zuidelijker hoe kleiner de schedel grootte terwijl het gebit en kaak dezelfde grootte houden. In het noorden zijn er meer zwarte dieren aanwezig.

Himalayaanse Aziatische gestreepte eekhoorn

Himalaya gestreepte

Latijnse naam: Tamiops macclellandi
Engelse naam: Himalayan striped squirrel

Uiterlijke kenmerken

SIGNALEMENT GROOTTE. Kop-romp lengte: 110-125 mm; staart: 100-140 mm; achtervoet: 28-32 mm. GEWICHT. 40-85 gr. KLEURAFTEKENING. Dorsale grondkleur: grijs-crème-bruin. Karakteristiek is het strepenpatroon: 5 donkere strepen (de middelste, dorsale streep; twee buitenste, laterale strepen; twee binnenste donkere strepen). De kleur van de donkere strepen varieert van bruin (T.m.inconstans), tot meer of minder duidelijk zwart, afhankelijk van de subspecies. De donkere strepen zijn in tegenstelling tot Eutamias sibiricus niet allen even breed: de dorsale streep is ca. 5 mm, de binnenste iets breder (ca.6 mm) en de laterale strepen zijn slechts 2 mm breed en veel korter (lengte ca. 25 mm.) dan de andere donkere strepen die over de hele romp lopen. Tussen de donkere strepen liggen 4 lichte strepen: een binnenste en een buitenste paar lichte strepen. Het buitenste paar lichte strepen zijn bij T.m. veel lichter en duidelijker dan de binnenste en karakteristiek is dat de buitenste op het schoudergebied zich sterk verbreden en in verbinding staan met de lichte streep op de kop (lopend vanaf de neus onder de ogen en oren naar achteren). Bij T.rodolphii zijn de buitenste en binnenste paar lichte strepen even breed en de binnenste zijn bijna even licht als de buitenste terwijl de dorsale donkere streep doorgaans door een dun lichtbruin streepje wordt verdeeld over zijn lengte. Bij T.m. varieert de kleur van de buitenste lichte strepen van licht creme-geel tot oranje-bruin, afhankelijk van de subspecies. Ventrale grondkleur: grijs-creme-geel-oranje met een creme-gele-oranje oranjerode rand afhankelijk van het subspecies en het seizoen. Karakteristiek voor het geslacht Tamiops is de aanwezigheid van witte pluimpjes op de oren. De staart is vergelijkbaar met die van Eutamias sibiricus: de staartharen zijn aan de basis bruin met vervolgens een zwarte band en wit aan het uiteinde. Het uiterste puntje van de staart is zwart.

Vergelijkbare soorten

VERGELIJKBARE GESTREEPTE EEKHOORNS IN NEDERLAND Eutamias sibiricus: de Boeroendoek Strepenpatroon: 5 donkere strepen met hiertussen 4 lichtere. De donkere zijn bij de Boeroendoek even breed als de lichtere. Funnambulus pennanti: Aziatische palmeekhoorn Verschillen in strepenpatroon: -de middorsale streep en het 2 paar laterale strepen met dezelfde kleur: -de witte bij Funambulus (5 lichte dorsale strepen) -de zwarte bij Tamiops macclellandii ( 5 donkere en 4 lichte dorsale strepen) -de vachtkleur tussen deze strepen: redelijk uniform van kleur bij Funambulus, terwijl Bij Tamiops m. de binnenste en buitenste paar lichte strepen in kleur verschillen. -de dominantste strepen: bij Funambulus de vijf (inclusief de middelste), bij Tamiops het buitenste paar van de vier strepen tussen de vijf en secundair de middelste van de vijf.

Voortplanting

VOORTPLANTINGSGEDRAG De Tamiops heeft geen voortplantingsseizoen maar is het hele jaar vruchtbaar afhankelijk van temperatuur en daglichtlengte. Als minimum temperatuur zou ik 15 oC aanhouden. Binnen gehouden dieren krijgen ca. 14 uur extra kunstlicht per dag(TL verlichting). Het paringsbereide moment geeft het vrouwtje aan met een luide, lange fluitende lokroep vaak van 's morgens vroeg tot 's avonds laat. Het vrouwtje heeft op dat moment een opgezwollen en roze vulva. Onder optimale omstandigheden is het vrouwtje om de ca. 14 dagen 1 dag paringsbereid. Voorafgaand aan de paring achtervolgt het mannetje zeer dominant, in hoog tempo het vrouwtje tot het moment dat het vrouwtje blijft zitten of hangen. Daarna volgt een copulatie waarbij het mannetje zich enkele seconden om het vrouwtje vastklemt en dus aan het vrouwtje hangt. Dit vrij wilde paringsgedrag gaat vaak enkele uren door, waarbij dan afwisselend het vrouwtje en vooral het mannnetje de fluitende lokroep laat horen. Een drachtig of anderszins niet paringsbereid vrouwtje maakt dit bij aandringen van een mannetje kenbaar met een wat knorrend geluidje en soms afschrikking door bijtneigingen. Een drachtig vrouwtje gaat zich steeds dominanter gedragen, zowel tegenover de vrouwelijke als de mannelijke hokgenoten en accepteert geen verstoring van haar nestkastje. Ook na de geboorte is het vrouwtje bijzonder fel op andere Tamiops. Meestal heeft het geen dodelijke afloop maar het veroorzaakt wel stress onder de dieren. Een Tamiops met jongen zal zeker de eerste dagen het nestkastje maar af en toe en voor korte tijd verlaten. Het moment van de partus kan men dus door observatie van het moederdier bepalen. Pasgeboren Tamiops maken geen geluid zoals de jongen van Eutamias sibiricus. Zijn ze wat ouder dan maken ze zachte piepende geluidjes in antwoord op hun moeder of een fluitende felle roep bij gevaar waarop het moederdier zeer alert reageert. Volwassen mannetjes die voor de fok worden gebruikt moeten apart gehouden worden omdat ze onderling erg agressief zijn, wat op zijn minst ernstige verminking tot gevolg heeft. Jonge mannetjes die niet samen met vrouwtjes gehuisvest zijn kunnen in een groep worden gehouden. Mijn ervaring is dat er geen continue stress ontstaat na het instellen van een hiërarchie. Voordat de rustsituatie is bereikt kan er onderlinge verminking optreden. Zodra de groepssamenstelling wordt gewijzigd leidt dit tot stress. Een groep van meerdere volwassen mannetjes en meerdere vrouwtjes moet worden ontraden omdat de onrust onder de mannetjes nadelig is voor de rust onder de vrouwtjes. Binnen een groep van meerdere vrouwtjes en een volwassen mannetje is minder agressie van de vrouwtjes onderling dan binnen een groep van alleen vrouwtjes.

Voer (in gevangenschap)

VOEDING De voeding van Tamiops mcc. is volledig vergelijkbaar met die van E.sbiricus, waarbij de Tamiops iets meer een fruiteter is. Essentieel is de aanwezigheid van plantaardige en dierlijke eiwitten. Van nature worden zaden, vruchten en insecten gegeten. Ze komen veel in fruitbomen voor maar ook schade aan graan is bekend. Het hoofdmenu bestaat uit een zadenmengsel (bv. 2 delen papegaaienvoer + 1 deel grof kippenzaad + 1 deel gemengd konijnenvoer + wat katten- of hondenbrokjes (400gram/4kg voer). Daarnaast dagelijks enkele meelwormen (1-3) en wat fruit. De meelwormen laat ik door een multivitaminen preparaat kruipen (Gistmix/Gistocal).

Hudson, Amerikaanse rode eekhoorn

Latijnse naam: Tamiasciurus hudsonicus
Engelse naam: Red squirrel

Uiterlijke kenmerken

De vachtkleur varieert behoorlijk. De kleur loopt van bruin tot bijna oranje. In de winter zijn er lange pluimen aan de oren zichtbaar. Er zijn ook wel grijs bruine exemplaren. De buik is wit of crèmekleurig. Lengte: 270–385 mm; Staart 92–158 mm; Hoogte 35–57 mm; Gewicht 140–252 g.

Vergelijkbare soorten

Douglas’s boomeekhoorn, deze is echter valer van kleur en de buik is niet wit of crème maar roodachtig tot grijs.

Voortplanting

Meestal 1, soms 2 nesten per jaar. Het eerste nest op het eind van de winter, rond eind maart. De vrouw is slechts 1 dag vruchtbaar en paringsbereid. Na 38 dagen worden de jonge eekhoorns geboren De nesten met meestal 3-5 jongen kunnen wel tot 8 jongen groot zijn. De jongen ontwikkelen zich snel en zogen 7 tot 8 weken. Daarna eten ze volledig zelf. Na 18 weken verlaten ze het nest.

Status

Geen bijzondere status met uitzondering van de Graham berg Amerikaanse rode boomeekhoorn (grahaminensis).

Habitat

Naaldbossen, loofbossen en gemengde bossen.

Verspreiding

Alaska tot geheel Canada en Noord Oost Amerika.

Solitair/koppel/groep?

Ja, verjaagt onder veel lawaai indringers uit zijn territorium.

Beschrijving

De Amerikaanse rode boomeekhoorn is het gehele jaar actief. In naaldbossen voedt het zich vooral op pijnboom pitten, overal hopen van afgewerkte pijnappels achterlatend. Zoals veel boomeekhoorns verzamelt deze eekhoorn voorraden voedsel in één of meerdere voorraadplaatsen. Naast grote hoeveelheden pijn en dennenappels voedt het zich met eikels, beuken- en andere noten, zaden van de bitternoot, tulp, ahorn, elsdoorn en iep, maar ook met bessen, vogeleieren, jonge vogels en paddenstoelen en schimmels. De nesten zitten vaak in een holle of gevallen boom, een hol in de grond, een heuveltje of in een vertakking in de boom.

Economie

Positief: Verspreiding van zaden, noten, vruchten en schimmels van groot belang. In Canada worden elk jaar zo’n 1 tot 3 miljoen dieren gevangen voor hun vacht.

Negatief: Schade aan jonge aanwas, Maple bomen (ahorn/esdoorn) en opgeslagen landbouwgewassen/oogsten.

Voer (in gevangenschap)

Eenvoudige eekhoorn om te voeren. Zolang het voer voor een groot gedeelte uit noten bestaat en verder afwisselend is doet de Amerikaanse rode eekhoorn het er goed op.

Bijzonderheden (in gevangenschap)

In gevangenschap doet de Amerikaanse rode eekhoorn het goed. Het is een zeer actieve eekhoorn. Door zijn niet te grote voorkomen is het zeer geschikt voor middelgrote volières. Zijn grote ogen geven het een vriendelijke uitstraling. Koppels die jong samengesteld worden kunnen goed samengehouden worden. Volwassen dieren laten zich moeilijk koppelen.

Noordelijk Amerikaanse vliegende eekhoorn

Noordelijk amerikaanse vliegende eekhoorn

Latijnse naam: Glaucomys sabrinus
Engelse naam: northern flying squirrel

Uiterlijke kenmerken

Een kleine eekhoorn. Erg zachte vacht, ruikelijk bruin op de rug, witte buik. De buikharen zijn gewoonlijk grijs/grauw vanaf de basis. De eekhoorn heeft een ruime buikplooi tussen de voor- en achterbenen. De staart heeft een typische platte vorm: donker van boven en de onderzijde is wit. Heeft grote zwarte ogen. Lichaamslengte tussen 26,3 en 36,8 mm; staart 11,5 - 180 mm, gewicht 95 - 140 gram.

Habitat

De noordelijke vliegende eekhoorn is in tegenstelling tot de zuidelijke vliegende eekhoorn (welke soms in lichte winterslaap gaat), het hele jaar actief.Dit dier is algemeen voorkomend, voedt zich voor een groot deel op de grond, maar omdat het een nachtdier is wordt hij zelden gezien, behalve wanneer de oude holle bomen, waarin ze leven gekapt worden. Vliegende eekhoorns glijden van boom naar boom door hun poten te spreiden en daarmee hun "vlieg-huid" te strekken, hetgeen werkt als een zeil. Op het laatste moment van hun vlucht trekken ze zich rechtop om zachtjes te landen, waarbij ze hun staart gebruiken als roer.

Voer (in gevangenschap)

De Noordelijk Vliegende Eekhoorn voedt zich vooral met korstmossen en subterrane zwammen en paddenstoelen. Tijdens het voeden, verliezen ze allerlei sporen van zwammen en paddenstoelen, alsook de stikstof makende bacteriën, die bomen helpen om voedingstoffen en water op te nemen. Deze soort eet ook gevarieerde noten, zaden en insecten. Waarschijnlijk hamsteren ze veel voedsel voor de winter.

Bijzonderheden (in gevangenschap)

De Noordelijke Vliegende eekhoorn, tjilpt als een vogel, het lijkt een beetje op het fluiten van de 's nachts vliegende tjiftjaf. De beste manier in het wild om deze soort te vinden is door te zoeken naar en kloppen op dode verticaal staande boomstronken met spechten holen. Als deze levendige dieren aanwezig zijn, zullen ze direct naar buiten gluren en zullen er snel van door gaan als je blijft kloppen op het hout.

Oostelijke Boeroendoek

Oostelijke boeroendoek

Latijnse naam: Tamias striatus
Engelse naam: eastern chipmunk

Uiterlijke kenmerken

Roodbruin van boven, buik wit. Kenmerkend is de witte streep die aan de zijkanten van het lichaam lopen. Lengte: 215-299 mm; Staart 78-113mm; Hoogte 32-38mm; Gewicht 66-139 g.

Vergelijkbare soorten

Deze eekhoorn heeft vele soortgenoten in de Tamias lijn. Vele hiervan zijn Amerikaanse soorten maar er zijn ook Aziatische soorten. Voor de Tamias Minimus lijkt erg veel op de Tamias striatus. De Minimus heeft echter 4 witte strepen. Een soort waarmee het vaak verward wordt bij de eekhoornliefhebbers is de Tamias Sibiricus, de Siberische boeroendoek.

Voortplanting

Er zijn 2 paartijden hoewel ze vaak 1 netst per jaar grootbrengen. Zoals bij de meeste eekhoorns is de eerste paartijd van februari tot april, de tweede begint eind juni en duurt tot augustus. Vaak 4 of 5 jongen, er zijn wel nesten bekend tot 9 jongen. Het vrouwtje fluit als ze paringsbereid is. De jongen blijven in de burcht tot ze 6 weken oud zijn.

Status

Geen bijzonderheden

Habitat

Nest het liefst in gebieden met rotsspleten, rottende bomen en gaten in omheiningen. Minder prettig vinden ze dicht bos waar het zonlicht niet doorbreekt. Komen veel voor in open loofbos, bosranden, struikachtige gebieden, in struikgewas en gemetselde omheiningen van begraafplaatsen en huizen. Ze leven in holen die eenvoudig kunnen zijn of uit complexe systemen kunnen bestaan.

Verspreiding

Noord Amerika tot Zuid Oost Canada.

Solitair/koppel/groep?

Solitair, territoriaal.

Beschrijving

De Oostelijke boeroendoek houdt een winterslaap vanaf het einde van de herfst tot het begin van de lente. Een echte winterslaap is het niet, elke 2 weken wordt het dier wakker om wat te eten. In essentie een grondeekhoorn, voedt deze eekhoorn zich net als de Oostelijke grijze eekhoorn en de Vos eekhoorn met eikels en walnoten. Als aanvulling eet het zaden en andere plantaardig materiaal en wat dierlijke voedingstoffen. Er worden voorraden aangelegd, waar bovenop het dier nest. Zowel man als vrouwen maken veel geluid. Er zijn 2 verschillende geluiden: een trillende chip-chip-chip (vandaar de naam chipmunk) dat snel herhaald word, en een lager en langzamer chuckchuckchuck. De langstaart wezel is het roofdier dat de grootste bedreiging vormt voor de Tamias striatus. De Oostelijke boeroendoeks leven solitair en verdedigen hun kleine territorium rondom hun hol. Er is een behoorlijke competitie tussen de mannen gedurende de paartijd.

Economie

Geen rol van betekenis.

Voer (in gevangenschap)

Mix van 50% noten/pitten, 30% granen en andere plantaardige voedingstoffen, 10% dierlijke eiwitten en 10% fruit.

Bijzonderheden (in gevangenschap)

Is vaak lastig als koppel te houden. Soms gaat het even goed waarna er in de paartijd toch weer gevechten ontstaan.

Oostelijke vos boom eekhoorn

Oostelijke vos

Latijnse naam: Sciurus niger
Engelse naam: eastern fox squirrel

Uiterlijke kenmerken

De Vos eekhoorn is een middelgrootte dagaktieve boomeekhoorn. De kleur verschilt per regio. Er zijn 3 kleurslagen: In het noord oostelijke gebied zijn ze voornamelijk grijs van boven en geel oranje van onderen. Dit soort zie je in Nederland het meest in gevangenschap. In het westelijke gedeelte van het natuurlijke verschijningsgebied zijn ze ook grijs van boven maar meer licht roestbruin van onderen; In het zuiden van het verschijningsgebied zijn ze zwart met wit in het gezicht en een witte punt aan de staart. In Zuid Carolina komt een typische kleurslag voor. Deze is zwart met witte oren en neus.

Vergelijkbare soorten

Eastern gray squirrel (Sciurus graceus), deze heeft echter een zilveren boven vacht en een lichtere onderkant.

Voortplanting

Gemiddelde nest grootte van 2-4 jongen die geboren worden meestal tussen februari en begin maart. Nesten kunnen variëren van 1-7. Verder kan de Vos eekhoorn het gehele jaar door jongen werpen.

Status

De Vos eekhoorn is niet bedreigd.

Habitat

Bos, in het bijzonder eiken en bitternoot (Amerikaanse noten boom). In het zuiden komen ze voor in eiken bossen, gemengde bossen, Cipres en mangrove (wortelboom) moerassen en pijnboom bossen. 1 of 2 holen per halve hectare zijn nodig voor een goede habitat.

Verspreiding

Oost Amerika (met uitzondering van New Engeland, grote delen van New Jersey, Westelijk New York en Noord en oost Pennsylvania); ten oosten van Dakota, Noord oost Texas.

Solitair/koppel/groep?

Voornamelijk solitair. In de winter deelt het soms een slaapplaats met familie of andere eekhoorns. Tijdens de paartijd volgt de man met andere mannen soms een vrouw. Als de vrouw gedekt is gaan de eekhoorns weer uit elkaar. Het territorium overlapt vaak het leefgebied van andere Vos eekhoorns. Territoriaal zijn ze niet. Het leefgebied van de vrouwen is kleiner dan dat van de mannen. Als de eekhoorns elkaar bedreigen doen ze dat staand op de achterpoter met hun staart omhoog langs de rug. Hiermee meppen ze af en toe naar achteren. Ook gebruiken de eekhoorns geursporen om te communiceren met andere Vos eekhoorns.

Beschrijving

De Vos eekhoorn is een boom eekhoorn en dagactief. De eekhoorn is het hele jaar actief, zelfs tijdens strenge winterperioden komt de eekhoorn regelmatig een korte tijd uit het nest om voedsel tot zich te nemen. De eekhoorn is het actiefst in de morgen, voornamelijk 2 uur naar zonsopgang, en de namiddag, 2 uur voor zonsondergang. Het begraaft noten dat het in de winter zal opzoeken met zijn goed ontwikkelde reuk vermogen. De Vos eekhoorn eet vooral bitternoten (Amerikaanse noten), eikels, walnoten, Pecannoten, en moerbei zaden. De Vos eet verder Populier boom vruchten, Esdoorn zaden (met vleugels), Maïs dat staat te rijpen langs de bossen, knoppen, bloemen, pollen en uitlopers van dezelfde bomen als waar hij de vrucht van eet, en diversen bessen in het seizoen. Naast deze plantaardige voeding neemt de Vos eekhoorn ook regelmatig dierlijk voedsel tot zich in de vorm van insecten, motten, eieren, vogels kikkers, jong dieren en dode vis.

Economie

De Vos eekhoorn wordt gevangen om te eten en voor zijn vacht. De vacht is niet erg waardevol. De Vos eekhoorn speelt een rol in de verspreiding van noten waardoor het bos zich goed ontwikkeld. De Vos eekhoorn speelt een rol in de verspreiding van sporen die noodzakelijk zijn voor de ontwikkeling van bomen. Als minder postief wordt gezien dat de eekhoorn het voer eet dat bestemt is voor vogels. In Amerika zijn veel mensen met grote tuinen die vogels voeren. De eekhoorns komen hierop af. Veel mensen ervaren dit als hinderlijk.

Voer (in gevangenschap)

De Vos eet in het wild voornamelijk noten en zaden, aangevuld met insecten en wat andere dierlijke eiwitten. Advies is om deze eekhoorn een rijk mengsel te voeren van zaden en noten aangevuld met dierlijke eiwitten in de vorm van wormen, ei en of kattenbrokken.

Bijzonderheden (in gevangenschap)

Door verschillende houders wordt aangegeven dat het dier erg schuw is. Enkele houders hebben eekhoorns die aan het gaas komen en een noot uit de hand eten. Het hand opvoeden van jonge (6 weken) eekhoorns is een succes. Deze worden erg tam. Volwassen dieren zijn lastig tam te maken. De dieren zijn minder schuw als ze in een volière aan het huis zitten en vanuit huis de verzorgers kunnen zien. Zelfs niet tamme individuen accepteren dit wel.

Prevost's pracht eekhoorn

Prevost pracht

Latijnse naam: Callosciurus prevostii
Engelse naam: Prevost's squirrel

Uiterlijke kenmerken

In het algemeen zijn de eekhoorns zwart van boven en kastanje bruin van onderen, met een wite streep tussen het zwart en de kastanje bruine onderkant. Veel subsoorten hebben een prominente verkleuring van de schouder die zwart, grijs, rood, wit of een mix van deze kleuren. De kleur van de vacht varieert tussen de verschillende soorten. De vacht is dik maar niet zacht. Gemiddelde gewicht is 0,5 kg. De mannetjes en vrouwtjes hebben een gelijke vacht. Ze zijn bilateraal symmetrisch.

Vergelijkbare soorten

De Prevost heeft veel ondersoorten zoals de Bangkanus, carimonensis, humei, borneoensis.

Voortplanting

Hoewel het broedseizoen het hele jaar doorgaat, worden de meeste jongen geboren tussen juni en augustus. De draagtijd is ongeveer 40 dagen. In gevangenschap worden er 1 tot 4 jongen geboren. Het aantal zwangerschappen in centraal Malaysië is sterk gerelateerd aan de hoeveelheid regen. De net geboren jongen wegen ongeveer 16 gram. De CP woont graag in holle bomen of maakt een takkennest.

Status

De CP eekhoorns zijn niet bedreigt. Hoewel de habitat vernietiging en de dierenhandel wel invloed hebben op de aantallen voorkomende eekhoorns. Veel van de habitat waar deze soorten voorkomen worden bedreigt of verkeren in een kritische fase. Een voorbeeld hiervan zijn de regenbossen van de Malaisische regenbossen en de Sumatraanse laagland regenbossen. • IUCN: Not Evaluated • U.S. MBTA: 1 • CITES: No special status.

Habitat

De habitat van de CP varieert tussen de soorten. In noord Borneo wonen ze in de kleinere bomen in oude bossen. In west Malaysië wonen ze in het hoge bos. Ze nesten in holle bomen of maken nesten van takken en bladeren.

Verspreiding

De CP komt van nature voor in Zuid Oost Azië. Zo is deze prachtige eekhoorn te vinden in Thailand, Indonesië, Malaysië en veel kleine eilanden van Oost Indië. De noordelijke grens van zijn voorkomen ligt in Zuidoost Thailand.

Solitair/koppel/groep?

De CP leeft solitair hoewel het wel andere toelaat in zijn leefgebied. Soms worden ze gezien in groepen terwijl ze eten. Bijvoorbeeld als de vijgen rijp zijn.

Siberische boeroendoek

Siberische Boeroendoek

Latijnse naam: Tamias sibiricus
Engelse naam: Siberian chipmunk

Uiterlijke kenmerken

Het is een kleine grondeekhoorn met een grijze staart. Over de rug lopen in de lengterichting vijf strepen. Hij wordt 12 tot 17 centimeter lang en 50 tot 120 gram zwaar. De staart is 8 tot 15 centimeter lang. De vacht van de Boeroendoek kort, zacht en lichtbruin tot goudrood van kleur. Opvallend zijn de vijf zwarte strepen op de rug. Tussen de strepen zijn de banen afwisselend gevuld met twee witte en twee bruine, lichtere strepen. De strepen lopen door op de prachtig gepluimde staart. De onderzijde is vaal wit. De kleuren van de vacht kunnen sterk variëren van grijsachtig bruin tot roodachtig bruin. Buiten gehouden dieren hebben een dikkere vacht. Boeroendoeks hebben grote wangzakken waarmee ze voedsel vervoeren naar hun nest.

Vergelijkbare soorten

Tamiops Swinhoei en Tamiops Mcclellandii zijn vergelijkbare soorten, ook qua voeding zij het dat tamiops iets meer fruit eet. Tamiops mcclellandii komt uit warmere streken. Swinhoei uit warme maar ook uit koudere streken.

Voortplanting

Boeroendoeks leven solitair, plaats alleen het mannetje in haar kooi als ze bereid is om te paren. Dat moment weet je wanneer het vrouwtje begint te fluiten. Eens in de 2 weken is ze bereid om te paren, dit duurt 2 tot 3 dagen. Wanneer de paring voorbij is, duld de vrouw de man niet meer in haar omgeving. Het mannetje kan dan beter bij haar weggehaald worden om vechten en verwondingen te voorkomen. Boeroendoeks zijn vanaf de leeftijd van 9 maanden geslachtsrijp. De dracht duurt ongeveer 32 dagen. Boeroendoeks bouwen een nest van hooi, kokosvezel, uitgepluist touw en eventueel houtwol of ander materiaal dat aanwezig is in de kooi. Er moeten altijd meerdere nestkasten aanwezig zijn, ook als de boeroendoek niet gedekt is. Deze nestkasten doen tevens dienst als slaapplaats. Gemiddeld worden er 3 tot 5 jongen geboren, maar de worpgrootte kan hoger liggen. Wanneer een boeroendoek 2 nesten per jaar heeft, neemt de worpgrootte af. De jongen verlaten na ongeveer 1 maand af en toe het nest om de omgeving te verkennen. Na ongeveer 8 weken zijn ze zelfstandig en kunnen ze bij de moeder weg. Als de moeder gaat bevallen, laat ze zich een paar dagen niet zien, 1 of 2 dagen eet ze niet, daarna laat ze allerlei zaden en fruit nog een weekje staan. Het enige wat ze dan goed wil eten is eiwitten, b.v. meelwormen of sprinkhanen.

Habitat

De boeroendoek is een dagdier. Hij eet voornamelijk noten, en ook zaden, knoppen, paddenstoelen, bessen en granen. De boeroendoek legt voedselvoorraden aan voor de winter, bestaande uit noten. De noten verplaatst hij door ze te dragen in zijn wangzakken. Hij maakt een nest in een hol of in een omgevallen boom. Jongen worden na een draagtijd van 35 tot 40 dagen geboren. In Siberië krijgt de grondeekhoorn maar één worp per jaar, in andere gebieden vaak twee.

Verspreiding

De boeroendoek leeft in bosachtige streken met een dichte onderlaag van struiken en klimplanten. Hij komt vooral voor in naaldbos, maar ook in gemengde bossen, parken en dorpen. Het natuurlijke verspreidingsgebied strekt zich uit van Noord- en Oost-Rusland tot Korea en Japan.

Solitair/koppel/groep?

De boeroendoek leeft solitair. Het mannetje wordt alleen kortdurend getolereerd als het vrouwtje bronstig is. Zet je het mannetje te vroeg bij het vrouwtje dan zie je aan het gedrag dat ze nog niet zo ver is: ze zal het mannetje afbijten en het mannetje zal al gauw angstig aan het gaas hangen, helemaal verstijfd van angst. Indien het vrouwtje bijna zover is, zal het mannetje dominant zijn en het vrouwtje voor het mannetje weglopen. Indien het vrouwtje echt zover is en je zet het mannetje er bij dan zal de paring bijna meteen plaatsvinden. Ongeveer een dag na de paring of een dag nadat het vrouwtje "rijp" was, wordt het mannetje over het algemeen weer afgebeten, het mannetje kan dan het beste weer verwijderd worden. Sommige fokkers zeggen dat de mutatie's minder agressief zijn naar hun partner. (witte en kaneelkleurige boeroendoeks). Sommige fokkers laten de mannetjes erbij, maar soms is er na 1 of 2 jaar opeens toch agressie, soms met dodelijke afloop! Als u dus boeroendoeks paarsgewijs houdt blijf dan alert!! En zorg dat je voor nood een reserve verblijf achter de hand hebt.

Voer (in gevangenschap)

Er is speciaal eekhoorn voer te koop in de dierenspeciaalzaken. Het voer kan ook zelf samengesteld worden. Een mengsel van knaagdiervoer met een mengsel papagaaienvoer is erg geschikt als boeroendoek voer. Een boeroendoek moet 25 tot 30 gram eekhoornvoer krijgen. Een boeroendoek hamstert, waardoor een lege voerbak niet zegt dat het voer op is. De boeroendoek sleept zijn voer namelijk altijd mee naar zijn nest. Soms zit het hele nestblok tot de nok toe vol. Hij eet graag groente en fruit, er is weinig dat hij niet lust. Pas op voor aardbeien, waarvan de pitten een allergeen stof bevatten die dodelijk kan zijn voor dieren die hier gevoelig voor zijn. Boeroendoeks zijn alleseters, daarom moet er altijd dierlijk voer worden aangeboden. Het voer moet daarom aangevuld worden met b.v. honden- fo kattenbrokken, meelwormen, krekels of sprinkhanen die 1 a 2 maal per week gegeven kunnen worden. Als de sprinkhanen los gelaten worden in de voliere dan moeten de boeroendoeks ze vangen, hetgeen ze meteen in beweging houdt en afleiding geeft. Verder heeft de boeroendoek dagelijks vers water nodig.

Zuidelijke Amerikaanse vliegende eekhoorn

Zuidelijk amerikaanse vliegende

Latijnse naam: Glaucomys volans
Engelse naam: southern flying squirrel

Uiterlijke kenmerken

De Zuidelijke Vliegende eekhoorn is makkelijk te onderscheiden van andere boomeekhoorns. Hij is kleiner van formaat en heeft een glij-membraan, ofwel patagium genoemd, een huidplooi dat zich uitstrekt van de vuist van het voorst been tot de enkel van het achterbeen. Als de voor- en achterpoten uitgestrekt worden vormt de huidplooi een op een vleugel lijkende oppervlakte. De met bont gevoerde, brede en horizontaal afgeplatte staart dient als een roer en stabilisatie gedurende de glijvluchten. De ogen zijn opmerkelijk groot, een aanpassing voor zijn nachtelijke leven. De oren zijn meer uitstekend aanwezig dan bij andere boomeekhoorns. De snor promineert ook veel meer, belangrijk bij tast in het duister. De Zuidelijke Vliegende eekhoorn is nogal klein van stuk, ± 25 cm inclusief staart. en ze wegen ongeveer 2 - 4 ounces. Hun vacht is zacht, zijdeachtig en matig lang. Het bovenlichaam is grijs tot bruin van kleur en de onderzijde is crème-achtig tot wit. De ogen zijn omgeven door een zwarte ring en een zwarte rand/grens bestaat langs de rand van de huidplooi. Vliegende eekhoorns produceren verschillende geluiden inclusief een hoog "tseet" en andere tjirpende geluiden. Sommige zijn boven de gehoorgrens van de mens. Sommige onderzoekers speculeren dat vliegende eekhoorns hoge geluiden gebruiken voor de navigatie, gelijkend op het echo-systeem van vleermuizen. Hoewel vliegende eekhoorns een uitstekend gehoor hebben, hebben ze niet zo'n gespecialiseerd hoorsysteem als vleermuizen en echo-locatie is dan ook niet echt waarschijnlijk.

Habitat

De Zuidelijke Vliegende eekhoorn ()Glaucomys volans)wordt gevonden in alle bossen van oost Noord Amerika van zuid Ontario tot de Gulf Coast, met geïsoleerde populatie's in Mexico en zo ver zuidelijk als Honduras. Zijn voorkomen in Noord Amerika is meer zuidelijk dan zijn veel gelijkende soort de Noordelijke Vliegende eekhoorn (Glaucomys sabrinus). De Noordelijke variant wordt vooral gevonden in coniferen-bossen in Canada en in de noordelijke Verenigde Staten van Maine tot California. De verspreidingsgebieden van de twee soorten overlapt elkaar in sommige delen van de noord-centrale en noord-oostelijke Verenigde Staten. Hoewel de Noordelijke Vliegende eekhoorn groter is, is de Zuidelijke varieteit veel agressiever en blijkt dominant te zijn. In Nebraska wordt alleen de Zuidelijke Vliegende eekhoorn gevonden. Hoewel de Zuidelijke Vliegende eekhoorn als bedreigd beschouwd wordt in Nebraska, komt hij er toch veelvuldig voor.

Beschrijving

Dit is de Zuidelijk Amerikaanse vliegende eekhoorn.

Voer (in gevangenschap)

Zuidelijk Vliegende eekhoorns zijn in principe vegetarisch, maar zullen zo nu en dan ook dierlijk voer eten. Noten, met name eikels en hickory nuts (Amerikaanse notenboom) en vormen het grootste deel van hun voeding. Ook consumeren ze verschillende zaden, fruitsoorten, bessen, kiemen, paddenstoelen,bloemknoppen en boomschors. Soms eten ze dierlijke voeding, inclusief insecten, vogeleieren, kleine knaagdieren jong in het nest, aas, spitsmuizen en muizen. Noten worden verzameld en opgeslagen tegen de wintertijd. Met name het korter worden van de dag zet ze daar toe aan, meer nog dan het kouder worden. Noten worden apart begraven of opgeslagen in nest holtes of andere spleten in bomen. Meerdere honderden noten kunnen in één nacht verzameld worden.

Bijzonderheden (in gevangenschap)

Ongetwijfeld zijn de meest ongewone gewoontes van de Zuidelijk Vliegende eekhoorn zijn glijdende of zwevende mogelijkheden en zijn nachtelijk gedrag. Andere vliegende of glijdende knaagdieren in de verschillende delen van de wereld blijken nachtdieren te zijn. De meest waarschijnlijke verklaring is dat het glijden bij daglicht de attentie van havikken zal trekken of andere jagers die overdag leven. Het glijden van de vliegende eekhoorn is spectaculair. Het glijden begint nadat de eekhoorn in een boomtop is geklommen en zet de geleiding dan in door zijn hoofd op en neer te richten, alsook van de enen naar de andere zijde, waarschijnlijk om de afstand in te schatten. Dan lanceert hij zichzelf met alle vier poten uitgestrekt in rechte hoeken t.o.v. het lichaam, daarmee de huidplooi strekkend. Met vervaarlijke snelheid kan de vliegende eekhoorn om takken en andere obstakels vliegen. Het meest wordt gestuurd met de staart, maar ze gebruiken ook een variatie in spanning van de huidplooi om te sturen en de snelheid onder controle te houden. Meestal landen ze op een verticale stronk of stam van een andere boom, rechtop waarbij de achterpoten het eerst contact maken. Direct na de landing haasten zij zich naar de andere zijde van de boom, om eventuele roofdieren te ontwijken. Zuidelijke Vliegende eekhoorns houden in principe geen winterslaap. Wel blijven ze meerdere dagen in hun nest bij streng winters weer. In de winter vormen zij groepen in een gemeenschappelijk nest om warmte te sparen. Er is wel eens een groep van 50 exemplaren waargenomen.

Zwartstaart prairiehond

Zwartstaart Prairiehond

Latijnse naam: Cynomys ludovicianus
Engelse naam: black-tailed prairie dog

Uiterlijke kenmerken

De mannen zijn 36-42 cm, waarvan 7-10 cm staart. Vrouwen zijn iets kleiner. Overwegend kaneel-zeemkleurig zonder patroon in de vacht. De onderkant is lichter, de punt van de staart is zwart.

Vergelijkbare soorten

Geen enkele andere prairiehond heeft een staart met een zwarte punt. Verder lijkt de wit staart prairiehond veel op dit soort.

Voortplanting

Prairiehonden paren één keer per jaar. Na 30 dagen worden 2-8 jongen geboren. Veel jongen worden vermoord door andere volwassen vrouwen uit de kolonie.

Status

Geen bijzonderheden.

Habitat

De prairiehond bewoont een relatief beperkte vlakte van open, vlak droog grasland, zogenaamde kortgras prairies. Ze leven nooit in natte gebieden.

Verspreiding

Centraal Texas tot net boven de grens met Canada.

Solitair/koppel/groep?

Nee, leven in complexe structuren samen in Steden, verdeeld in afdelingen met "buurtschappen".

Beschrijving

Prairiehonden zijn dagactieve dieren. Prairiehonden zijn de meest sociale dieren van de “in de grond wonende” eekhoorns. Prairiehond kolonies of steden kunnen duizenden individuen bevatten die in een gebied tot zo’n 40 hectare met elkaar samenleven. Prairiehonden staan al lang bekend om hun grote mate van sociaal gedrag. Er wordt veel gespeeld, ze verzorgen elkaars vacht en er is veel vocale communicatie. De gemiddelde levensverwachting van de prairiehond is 7 tot 8 jaar. De burchten hebben een kegelachtige entree en uitgangen. Dit voorkomt het onderlopen met water en dient als uitkijkpost waarop de prariehonden vaak op hun achterwerk zitten om hun omgeving te verkennen en uit te zien voor gevaar. De openingen zitten op verschillende hoogten om ventilatie van de lucht te forceren.

Economie

Positief: De prairiehond werd veel gegeten. Negatief: Ze kunnen oogsten vernielen, concurreren met schapen om voedsel en hun holen kunnen een gevaar opleveren. Ze kunnen ziekten overbrengen.

Voer (in gevangenschap)

Belangrijk is dat deze eekhoorn geen "eekhoornvoer" krijgt. Hoewel de noten en zonnebloempitten zeer enthousiast ontvangen worden is dit veel te vet. Een basis van gras en kruiden aangevuld met wat eiwitten is een goede basis als voer. Af en toe een zonnepit of nootje uit de hand is prima voor training.

Bijzonderheden (in gevangenschap)

Nooit alleen houden. Probeer groepen te maken met enkele vrouwen en 1 of 2 mannen. Klimmen (gaas) kan funnest zijn door vallen.